Skip to content
15 April 2012

Brussel

Ge stinkt naar pis, weet ge dat? Waarschijnlijk wel, ge zult dat wel vaker te horen krijgen, maar ik zeg het u toch maar. Ge stinkt naar pis, en ge zou u dringend eens moeten wassen. Ge zijt vuil en ge stinkt en ge zou u moeten schamen voor hoe ge uzelf verzorgt. Eerst staat ge daar dan wat bedremmeld te kijken, en als ‘t nog eens gezegd wordt haalt ge geërgerd uw schouders op en dan kijkt ge niet meer wat bedremmeld maar verongelijkt en ge wordt boos. Want ‘t is altijd u die ze moeten hebben, en op een ander is ‘t echt niet beter, en om daar dan zo’n spel van te maken. Wel, ge stinkt naar pis, en ik ben dat moe.

Ik weet het, het is niet gemakkelijk. Het is op uw straten dat het wrakhout aanspoelt, en het schuim dat elders wegspoelt blijft aan uw trottoirs plakken. Op een ander hebben ze dat niet, zegt ge. Maar is dat nu een reden om de schouders op te halen en dat schuim en dat wrakhout geen blik waardig te gunnen? Ge geneert u, ge kijkt weg wanneer ge ‘t ziet, ge hoopt dat het vanzelf wel weer zal verdwijnen en dat ge er nooit meer aan moet denken. Maar weet ge wat? Het gaat niet weg en het zal niet verdwijnen en ge kunt het niet blijven negeren. Dat wrakhout zal op uw straten blijven aanspoelen en dat schuim zal aan uw trottoirs blijven plakken en gij zijt blijkbaar niet van plan u daar al te veel van aan te trekken tot ge er overheen moet stappen om uw eigen deur binnen te gaan en dan ligt ge ‘s nachts wakker en hoopt ge dat ge er ‘s ochtends niets meer van hoeft te merken.

Maar de volgende dag is net als de vorige dag. En gij, gij blijft ruzie maken met uzelf.

12 March 2012

De politie een bedrijf

In het regeerakkoord, weggestopt op p. 146, een opmerkelijke passage:

De rol van alle actoren, publieke en private, inzake veiligheid zal worden verduidelijkt om de partnerschappen te verbeteren. Oplossingen zullen worden gezocht om de politie te bevrijden van bepaalde administratieve taken, maar ook van bepaalde operationele taken, zoals het bewaken van openbare gebouwen, gerechtsgebouwen, ambassades, het overbrengen van gedetineerden. Aldus zal de politie zich concentreren op de kerntaken zoals ze door de regering zullen worden geherdefinieerd.

Lees: de regering opent de deur voor privé-firma’s op jacht naar winst om politietaken over te nemen. Of zoals de regering het zelf liever verwoordt: om de politie te “bevrijden” van haar taken. Het mag niet verbazen dat de lobby van bewakingsbedrijven het voorstel enthousiast omhelst. Er valt geld te verdienen met het beschermen van de burger!

Outsourcing, om het in het mooi modern Nederlands te zeggen, zou efficiëntiewinst opleveren, middelen besparen, de politie moderniseren en haar toelaten zich te concentreren op haar kerntaken. Alleen maar voordelen, zo lijkt het.

De manier waarop het verhaal verteld wordt, gaat echter uit van een logica waarin de politie beschouwd wordt als een bedrijf (ongelukkig genoeg in handen van de overheid) dat een bepaald product aanbiedt (veiligheid) aan haar klanten (de inwoners van België). De enige vraag die dan nog van belang is: op welke manier kan min of meer hetzelfde product goedkoper aangeboden worden, efficiënter, ‘moderner’? Zo wordt het natuurlijk wel heel makkelijk voor een bedrijf als G4S om hun deel van de koek op te eisen: hebben zij niet de moordende concurrentie op de markt voor private bewakingsbedrijven overleefd? En is dat niet het beste bewijs dat zij weten hoe de zaken zo goedkoop en efficiënt mogelijk aan te pakken?

Probleem is: de politie kan en mag geen bedrijf zijn, en openbare veiligheid kan en mag geen product op de markt zijn. Het doel van een bedrijf is immers winstmaximalisatie; het leveren van bewakingsagenten is louter een middel tot (net zoals het verkopen van bier een middel tot winst is). En een bedrijf is verantwoording verschuldigd aan zijn aandeelhouders, niet aan de klant aan wie hij z’n product verkoopt. Maar kunnen we echt aanvaarden dat het verzekeren van de openbare veiligheid wordt ondergeschikt gemaakt aan het winstprincipe? En kunnen we echt aanvaarden dat een bedrijf dat instaat voor openbare diensten in de eerste plaats ten dienste staat van een beperkte groep aandeelhouders, en niet van ‘het publiek’? John Harris vraagt het zo in The Guardian:

This debate is also about accountability, transparency and the most fundamental elements of democracy — not to mention the question of who the police are there to serve, and what they are meant to do.

Bij ons wordt het debat niet gevoerd, en zo kan, onder het mom van efficiëntie en modernisering, de privatisering van de politie ingezet worden zonder dat iemand er erg in heeft. Dat is onbegrijpelijk.

23 February 2012

Wees nu maar niet te lastig

Je zou het haast vergeten nu het blijkbaar bon ton geworden is om het generatieconflict te prediken. Je zou het haast vergeten nu ‘wij’, millenials, ons blijkbaar het slachtoffer horen te voelen van de hebzucht en het egoïsme van de voorgaande generaties. Je zou het haast vergeten nu ons steeds weer wordt ingepeperd dat wij, de jonge generaties, wéér maar eens de rekening gepresenteerd zullen krijgen. Maar: oudere generaties hebben niet alleen een verantwoordelijkheid tegenover wie na hen komt. Wij hebben ook een verantwoordelijkheid tegenover de oudere generaties.

Ik weet het, ik heb de tijdsgeest tegen. Ik hoor te klagen over het lot van mijn generatie. Ik kan er gelukkig gerust op zijn dat anderen dat wel voor mij zullen doen; men mag het me dus niet kwalijk nemen als ik even aandacht wil vragen voor een generatie die iets minder mediageniek is dan die van de hippe millenials.

De krantenberichten hebben vaak een triomfantelijke toon (als het niet in de context van het pensioendebat is, tenminste): we zijn met z’n allen nog nooit zo oud geworden.  Tachtig- en zelfs negentigjarige oudjes zijn al lang geen uitzondering meer. Zoveel jaren die we nog voor de boeg hebben! En toch… Met toenemende ouderdom komt vaak toenemende afhankelijkheid van anderen. En daar loopt het vaak mis.

De bedoeling van een rust- of verzorgingstehuis is om mensen, ook als ze niet meer alleen thuis kunnen wonen, toch een zo goed mogelijk leven te bieden. Verplegers en verzorgers, monitoren en kinesitherapeuten (als je ‘t geluk hebt genoeg geld te hebben) — allen staan ze ter beschikking om je ook aan het eind van je leven zo veel mogelijk kansen te geven op geluk.

Of dat zou toch zo moeten zijn. Al te vaak echter ben je afhankelijk van de goodwill van de instelling en het personeel; al te vaak word je behandeld niet als degene om wie het zou moeten draaien, maar als een noodzakelijk kwaad dat in de weg staat van de soepele werking van de instelling en een uitgebreide koffiepauze voor het personeel. Al te vaak moet de verpleging de ene kamer in- en de andere uitrennen zonder oog te hebben voor de mens in de kamer: het schema moet immers op tijd afgewerkt raken. Al te vaak worden mensen al om vijf uur in bed gestopt: op de avondshift werkt immers minder man; je kunt van hen toch niet verwachten dat zij al dat werk zouden opknappen. Al te vaak worden mensen die klagen gezien als onverbeterlijke en ondankbare lastposten, desnoods te bestempelen als depressief — daar bestaat immers een pilletje voor dat hen wat kalmer zal houden. Al te vaak kun je iemand horen zeggen die terugkomt van een bezoekje aan het rustoord — “laat me daar alsjeblieft nooit belanden.”

Het nieuws komt uit het Verenigd Koninkrijk, maar het had net zo goed van dichter bij huis kunnen komen: na een reeks schandaaltjes in rusthuizen wil men zorgwerkers nu verplichten om een papier te ondertekenen waarmee ze beloven oudere patiënten waardig te behandelen. Zover staan we nu: een waardige behandeling van ouderen is blijkbaar geen vanzelfsprekendheid meer. Ja, je hebt veel goeie instellingen. Ja, je hebt veel goeie zorgwerkers. Maar niets garandeert dat jij het geluk gaat hebben in een goeie instelling met goeie zorgwerkers te belanden. Met ouderdom komt tegenwoordig niet alleen fysieke afhankelijkheid van anderen; al te vaak hangt het ook volledig van de goodwill van de andere af of jij ook op oudere leeftijd je kans op geluk krijgt.

Onze generatie is in betere omstandigheden kunnen opgroeien dan eender welke generatie voor ons. Voor een groot deel hebben we dat te danken aan het harde werk van onze ouders en onze grootouders. Het zou ons sieren mochten we wat meer verontwaardigd zijn over de manier waarop de oudsten soms behandeld worden. We dragen een verantwoordelijkheid tegenover hen.

1 February 2012

De week op het web…

1. Kan de jacht op beschermde dieren hen van uitroeiing behoeden? Texas geeft het goede/slechte voorbeeld (schrappen wat niet past). Of: economie voor beginners.

2. Foto’s van vroeger waar wel een verhaal achter moet zitten. Maar welk?

3. The 1988 National Aerobic Championship. Hu?

4. Moet je Engels kunnen om op te komen bij verkiezingen in de VS?

5. “They failed, because they did not start with a dream.” Shakespeare? Ja en neen…

26 January 2012

De week op het web…

1. Niemand lijkt een goed argument te hebben tegen een (hogere) vermogenswinstbelasting. Wie zijn wij om The Economist tegen te spreken?

2. Schotse premier wil naar onafhankelijk Schotland binnen de EU. Maar kan dat wel? Goed opletten, N-VA’ers…

3. Het is moeilijk jezelf te verdedigen tegen beschuldigingen wanneer je weet dat een telefoontje naar je advocaat je dood betekent. Of: waarom je maar beter de VS te vriend houdt.

4. Een zitplaats veroveren op het openbaar vervoer is af en toe een beetje oorlog. Gelukkig zijn er nu instructies.

5. Waarom is er in Europa meer sociale mobiliteit dan in de VS? Omdat Europeanen in de ‘betere’ klasses minder ambitieus zijn dan Amerikanen, that’s why. Een weerlegging vind je hier.

Iets gemist?

23 January 2012

The Great Gatsby Curve, of: ongelijkheid een rem op de toekomst

Europa is in crisis; België is in crisis. Kreunend onder een torenhoge schuldenberg moeten we ons schikken naar het Duitse dictaat: besparingen, besparingen, en nog eens besparingen. Alleen op die manier, zo vertelt men ons, zullen we weer overeind kunnen krabbelen. Alleen jammer dat die golf besparingen Europa en België onherroepelijk in een recessie duwt. En recessies zijn allesbehalve leuk.

Voor sommigen is een krimpende economie echter nog iets minder leuk dan voor anderen. Zoals Haskins & Sawhill zeggen in een recent boek,

Recessions are not equal opportunity disemployers. Hardest hit are people and families with the least skills and the fewest assets to fall back on in hard times.

Of nog: hoe lager je staat op de sociale ladder, hoe harder je getroffen wordt wanneer de economie het moeilijk krijgt. En wanneer de overheid ondertussen beknibbeld op sociale uitgaven (er moet tenslotte bespaard worden, en moeten mensen niet leren zelf hun verantwoordelijkheid te nemen?), dan weet je dat de ongelijkheid zal toenemen.

Natuurlijk kan het zijn dat wanneer de economie weer aantrekt er ook weer meer middelen worden vrijgemaakt om de minst fortuinlijken beter te ondersteunen — we hopen het, al is het verre van zeker. Maar helaas is zelfs wanneer de toenemende ongelijkheid een tijdelijk fenomeen zou zijn, het effect van die ongelijkheid veel minder tijdelijk, zoals het volgende grafiekje zeer mooi laat zien:

Er bestaat een zeer sterke relatie tussen ongelijkheid enerzijds (horizontale as: hoe verder naar rechts, hoe ongelijker de samenleving) en wat ‘(economische) intergenerationele mobiliteit’ wordt genoemd anderzijds (verticale as: hoe verder naar boven, hoe minder intergenerationele mobiliteit in die samenleving). Intergenerationele mobiliteit meet de relatie tussen de socio-economische situatie van ouders en hun kinderen doorheen de tijd. Kort gezegd: hoe lager de intergenerationele mobiliteit, hoe groter de kans dat kinderen op latere leeftijd in dezelfde socio-economische klasse zullen belanden als hun ouders vroeger. En zoals je op de grafiek kunt zien, neemt de intergenerationale mobiliteit sterk af naarmate de ongelijkheid in een samenleving stijgt: in een land als Denemarken, een relatief ‘gelijke’ samenleving, is het voor kinderen veel makkelijker om de sociale ladder te beklimmen als in een land als het Verenigd Koninkrijk, een relatief ongelijke samenleving.

Maar dat wil dus ook zeggen dat wanneer we nu bij ons de ongelijkheid laten stijgen, dit niet zomaar van voorbijgaande aard is: het legt een hypotheek op de mogelijkheden van onze kinderen. Laat de ongelijkheid stijgen, en we maken het des te moeilijker voor de kinderen van de huidige generaties om zelf hun kansen te grijpen en vorm te geven aan hun leven. Praten over je verantwoordelijkheid nemen wil je ergens raken in het leven is mooi, maar het is lang niet voldoende.

23 January 2012

Animo-Brussel roept jongerenpartijen op tot debat over toekomst Brussels Gewest

Animo-Brussel is bijzonder verheugd vast te stellen dat de Brusselse MR-jongeren het taboe durven doorbreken en net zoals animo ijveren voor een grondige hervorming van het Brusselse Gewest: een fusie van de verschillende politiezones en OCMW’s is voor alle Brusselaars de beste zaak. Animo-Brussel roept de andere jongerenpartijen dan ook op om samen het debat te durven aangaan en wars van alle vooroordelen na te denken over hoe het Brusselse Gewest er in de toekomst moet uitzien.

Al veel te lang wordt het Brusselse Gewest gekenmerkt door institutionele stilstand: elke hervorming die Brussel efficiënter moet organiseren wordt in de kiem gesmoord door gevestigde belangen die hun eigen machtspositie belangrijker vinden dan het belang van de Brusselaar. Het akkoord tot een zogenaamde Brusselse interne hervorming gesloten in de schoot van de federale regeringsonderhandelingen zet maar een muizenstapje en gaat lang niet ver genoeg. Maar waar de moederpartijen falen, is het tijd voor de jongeren in Brussel om het heft in handen te nemen en zelf een toekomst uit te tekenen voor hun stad. Animo-Brussel reikt dan ook de hand naar de andere jongerenpartijen in Brussel, welke ideologische stempel ze ook hebben en welke taal ze ook spreken: laten we samen een debat organiseren en zo samen de stem van de jongeren in Brussel horen. Want de jonge Brusselaar verdient het niet het slachtoffer te worden van het falen van vorige generaties.

Animo-Brussel zal in zo’n debat drie voorstellen centraal stellen: een fusie van de zes politiezones, een samensmelting van de negentien OCMW’s, en een gewestelijke investering in het Brusselse onderwijs. Een fusie van de zes politiezones, want Brussel telt geen zes verschillende zones die fundamenteel verschillende veiligheidsproblemen zouden hebben: Brussel is één grootstad. Een samensmelting van de negentien OCMW’s, want waar je ook woont, iedereen moet zo goed mogelijk geholpen kunnen worden. Eén OCMW, dat betekent dat de rijkere Brusselaar eindelijk solidair kan zijn met de minder fortuinlijke Brusselaar die toevallig in een andere gemeente woont. En een gewestelijke investering in het onderwijs, want elk kind, welke taal het van thuis uit ook spreekt, heeft recht op het best mogelijke onderwijs. Het Gewest moet hier zijn verantwoordelijkheid kunnen en durven opnemen.

Animo hoopt dat de andere jongerenpartijen op deze vraag tot een debat zullen ingaan, zodat we nadien samen met de vuist op tafel kunnen slaan: dit is wat Brussel nodig heeft; wij jongeren willen wél de institutionele stilstand in Brussel doorbreken.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.